Je leven lang blijven zoeken

Therapie leert achterblijvers omgaan met onzekerheid

Een vermissingszaak staat altijd op zich, iedereen heeft zijn eigen verhaal. Maar er zijn wel problemen waar iedere achterblijver tegenaan loopt; praktisch en financieel, maar zeker ook emotioneel. Wij financieren een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen waarbij directe verwanten van langdurig vermiste personen hulp krijgen in de vorm van mindfulnesstherapie. Op die manier onderzoeken we hun klachten en kunnen we hen gelijk helpen beter om te gaan met deze vreselijke onzekerheid.

Onderzoeker Jos de Keijser: “We hebben het over mensen die iedere morgen wakker worden met de gedachte of er nieuws zal zijn en zichzelf intussen de meest dramatische scenario’s voorspiegelen. Dat is niet goed voor je gezondheid. Met mindfulness en cognitieve therapie leren we hen dit soort gedachten te verminderen.”

Iemand die maar al te goed weet welke grote gevolgen een vermissing kan hebben, is René. Zijn broer Marcel raakte in 1998 vermist tijdens een vakantie in Honduras. Hij werd nooit meer gevonden. “In een kloof gevallen terwijl hij een foto maakte? Een mes in de rug tijdens een overval? Ik sluit niets uit. Ik hoop in ieder geval dat hij op slag dood was en niet heeft geleden.”

"Tot die tijd loopt alles door: de zorgverzekering, de huur, de rioolrechten. Je mag voor een ander niets opzeggen."

Autoriteiten en hulpverleners doen nooit voldoende zolang de vermiste niet wordt gevonden. Dat is een primaire reactie die je vaak hoort van verwanten. Toch zegt René: “Mijn andere broer en ik waren nauw betrokken bij het onderzoek. Er is gezocht door het leger en de lokale bevolking, met hun blote handen, met infraroodvliegtuigen en uiteindelijk zelfs met lijkhonden. Helaas zonder resultaat. Maar ik kan wel naar eer en geweten zeggen dat we er alles aan hebben gedaan hem te vinden. Dat was voor mij belangrijk, want ik moest mezelf nog recht in de ogen kunnen kijken om hier in de toekomst mee verder te kunnen leven.

Rechtsvermoeden van overlijden pas na 5 jaar

Iemand moet 5 jaar vermist zijn om een rechtsvermoeden van overlijden op papier te kunnen krijgen. Voor de wet staat dit document gelijk aan overlijdensakte. Tot die tijd loopt alles door: de zorgverzekering, de huur, de rioolrechten. Je mag voor een ander niets opzeggen. René: “Het is pijnlijk dat iemand voor jouw gevoel is overleden, maar voor de rest van de wereld niet, puur omdat er voor hen een commercieel belang aan hangt. Wij achterblijvers lopen tegen een muur van kleine lettertjes op. En als er alleen maar geld uitgaat en niets binnenkomt, beland je vanzelf in de min en stapelen de aanmaningen zich op. Ik zou willen dat er bij instanties meer begrip komt voor dit soort situaties en de mensfactor een rol gaat spelen. De reisverzekeraar van mijn broer betichtte ons zelfs van het willen behalen van financieel gewin. Hoe kún je dat zeggen? Mijn moeder, mijn broer, ik. Er zijn hier alleen maar verliezers, in welk opzicht je het ook bekijkt.”

Het gevolg is dat je niet alleen praktisch en financieel, maar ook emotioneel geen kant op kan. “Op een gegeven moment gaat de knop om. Mijn broer was er niet meer, maar ik kon geen verdriet hebben omdat ik mijn hoofd koel moest houden om de zaken goed te regelen.”

Afscheidsritueel

De functie van rituelen of symbolen is in deze situaties heel belangrijk. Een aantal rituelen zijn in deze situaties echter niet mogelijk, zoals het identificeren en persoonlijk afscheid nemen van je geliefde. Dit belemmert vaak het besef en de acceptatie. Je kunt ook niet terugvallen op een standaard afscheid als een crematie of begrafenis. René: “Toen wij eenmaal het rechtsvermoeden van overlijden kregen, voelde dat als een opluchting. We hebben een herdenkingsdienst georganiseerd voor en met familie, vrienden en iedereen die heeft meegeleefd. We hebben foto’s geprojecteerd van Marcels laatste reis, zijn achtergebleven rugzak als stille getuige aanwezig en we hebben zijn onafgemaakte reisdagboek gebruikt als condoleanceregister. Samen hebben wij zijn verhaal uitgeschreven, zijn laatste reis. Voor mij was deze herdenkingsdienst geen surrogaat, het was zelfs volwaardiger dan een standaard uitvaart. We hebben zijn wezen in ieder detail gevat. Er is veel verdriet en leed aan vooraf gegaan, maar we hebben daar echt een punt kunnen zetten.”

Leren omgaan met de onzekerheid

Zo’n punt zetten is heel belangrijk. “Je hebt een diepe pijn want je mist je geliefde, kind of in dit geval, je broer. En tegelijk moet je deze enorme onzekerheid leren verdragen,” reageert onderzoeker De Keijser. “Dit zijn zulke extreme situaties, daar zijn ons denken en onze emoties niet op toegerust. Wij mensen proberen van nature alle onzekerheden in te dammen. Zie bijvoorbeeld alle verzekeringen die we afsluiten. En we vinden de spanning van een film leuk, maar die is na een uur weer afgelopen. Echte onzekerheid, daar kunnen wij niet goed mee omgaan, mensen willen weten wat er is gebeurd. In ons onderzoek gaan we hiermee aan de slag. Door gebruik te maken van mindfulnesstechnieken gaan we de verwanten handvatten geven om deze situatie wel het hoofd te kunnen bieden.”

Het Fonds Slachtofferhulp is financier van dit driejarige onderzoek en neemt deel in de begeleidingscommissie. We willen een landelijk dekkend netwerk van gespecialiseerde therapeuten realiseren. We houden u graag op de hoogte van de ontwikkelingen.

Gerelateerde pagina’s
– Lees meer over het ‘programma vermissingen‘ van het Fonds Slachtofferhulp