De meisjes van de Goede Herder: een leven lang op zoek naar erkenning

Dwangarbeid, isoleercellen en stigmatisering: het gebeurde allemaal onder de vleugels van de overheid. Wat wordt er gedaan om erkenning te geven aan de 15.0000 Nederlandse meisjes van de Goede Herder?

Nathalie Gaal-Franse
Communicatieadviseur bij Fonds Slachtofferhulp

Anita Suuroverste is voorzitter van de Stichting Kinderdwangarbeid Meisjes van de Goede Herder (KMGH). Anita zet zich in voor de 15.000 Nederlandse meisjes die samen met haar, tussen 1860 en 1978, in de instellingen van de katholieke kloostergemeenschap ‘de Goede Herder’ werden geplaatst. Dit doet zij samen met de overige bestuursleden van de KMGH, waaronder Joke Vermeulen en prof. Jan van Dijk. De misstanden die plaatsvonden binnen deze officiële jeugdzorginstellingen zijn ruim 50 jaar onder de pet gehouden. Nu is het oudste nog levende slachtoffer bijna 100 jaar oud en voeren de vrouwen een bittere strijd. Een strijd om erkenning van de Goede Herder, maar ook van de overheid die hen in deze instellingen plaatste: ‘’Zal er ooit erkenning komen op een manier die recht doet aan het leed van deze vrouwen? Er zijn dit jaar vijf vrouwen overleden. Er zijn er nog eens vier ernstig ziek. Het is frustrerend, want je bent zo dichtbij en dan haal je de eindstreep niet.’’

De hoop op een veilig thuis

Meisjes die thuis niet veilig waren, werden door de overheid in de instellingen van de Goede Herder geplaatst. Hier hoopten zij een liefdevol thuis te krijgen. De ‘liefdesgestichten’ van de Goede Herder bleken echter hard, kil en liefdeloos: ‘’De liefdeloosheid was vreselijk. We kwamen uit een slechte situatie en kwamen in een vaak nog slechtere situatie terecht. De trauma’s stapelden zich op. Er zijn vrouwen die nu 80 of bijna 100 jaar oud zijn en hier nog altijd veel last van hebben. Van alles wat we meemaakten: de emotionele mishandeling, de dwangarbeid, de isoleercellen en de stigmatisering. Het merendeel van de vrouwen is hier nooit van bekomen. Veel vrouwen kampen op hun oude dag nog met PTSS, nachtmerries en een minderwaardigheidscomplex.’’

Afkomen van het stigma

Waar de vrouwen vooral mee zitten, is de stigmatisering. Ze werden als meisje betiteld als probleemkind, als prostituee of als veroordeelde crimineel. Ze werden overeenkomstig behandeld door de nonnen van de Goede Herder. Deze stigmatisering is hen altijd blijven achtervolgen: ‘’Wij waren meisjes van dertien, veertien, soms vijftien jaar. We waren slachtoffers, maar werden behandeld als daders. Er waren meisjes bij die als baby of klein kind al niet meer thuis konden wonen, wegens mishandeling of misbruik. Waarom werden wij zo betiteld? Van deze stigmatisering kwam je nooit meer af. Als je later ging solliciteren en ze hoorden dat je in de Goede Herder had gezeten, dan kon je het wel schudden.’’

Dwangarbeid

‘’De dag dat je in de Goede Herder aankwam werd je in een groep geplaatst en dan kon je aan het werk. Dat werk varieerde van de hele dag strijken, werken in de wasserijen of in de naaikamers. Er werd je niets geleerd. We maakten de hele dag eenvoudige producten die werden verkocht. Er werd gebruikgemaakt van isoleercellen en daar kon je om de haverklap in terechtkomen. De meeste meisjes kwamen nooit buiten. Het enige wat je mocht doen was werken, onder erbarmelijke omstandigheden. Dit gebeurde allemaal onder de vleugels van de overheid.’’

‘’Wij verwijten de overheid dat er nooit toezicht is geweest’’

‘’Wij werden in de instellingen van de Goede Herder geplaatst door de voogdessen of door de jeugdzorg. Allemaal uit naam van de overheid. Wat wij de overheid verwijten is dat er nooit toezicht is geweest. Later vonden we oude krantenartikelen, waaruit bleek dat er informatie naar buiten werd gebracht. Toch heeft het allemaal door kunnen gaan. De overheid heeft ons nooit beschermd. Achteraf bleek al het werk voor grote bedrijven te zijn geweest. Zoals voor C&A en Vroom & Dreesman, maar ook voor het leger. De Goede Herder heeft hier heel veel aan verdiend. Terwijl de meesten van ons nooit hun weg in het leven hebben kunnen vinden. Je kwam uit de Goede Herder zonder geld, zonder opleiding en zonder toekomst. Veel vrouwen hebben altijd in armoede geleefd.’

Vechten tegen de bierkaai

In een grootschalig onderzoek naar de misstanden binnen de jeugdzorg (commissie-De Winter), werd de mishandeling binnen de instellingen van de Goede Herder onvoldoende onderzocht. Uiteindelijk heeft een apart onderzoek plaatsgevonden. Op basis van dit onderzoek heeft minister Dekker voor Rechtsbescherming, namens de overheid, zijn erkenning en excuses uitgesproken. Toch heeft het kabinet aangekondigd dat de meisjes van de Goede Herder, net als alle melders van de commissie-De Winter, aanspraak kunnen maken op een schadevergoeding van €5.000, met daarbij een pakket aan begeleiding: ‘’Voor vrouwen die soms wel negen jaar lang mishandeld zijn en onder dwang hebben moeten werken, is dit een belediging. Moet je je voorstellen: een vrouw van 87 die nu begeleiding krijgt. Hier had de overheid 50 jaar geleden mee moeten komen. Ik had het de vrouwen zo gegund, om het laatste stukje van hun leven zorgelozer door te brengen.

Tegelijkertijd kunnen we niet blijven vechten tegen de bierkaai. Vanwege de hoge leeftijd van de vrouwen en de onrust die dit geeft. We hebben ook contact gehad met Dominique Meijer. Net als wij, is zij slachtoffer van misbruik en mishandeling in de jeugdzorg en oprichter van de Stichting voor Ons. Zij blijft vechten voor een verbetering. Iets waaruit blijkt dat de overheid het meent.’’

Naamloos begraven: alsof ze nooit bestaan hebben

‘’Het gaat niet om het geld, maar om de symbolische waarde hiervan. Dit laat zien dat de overheid de ernst van de situatie nog altijd niet inziet. Er zijn heel veel meisjes in de Goede Herder overleden en naamloos begraven. Ik herinner me een meisje dat uit een liefdevolle thuissituatie kwam, maar haar beide ouders had verloren door een ongeval bij een spoorwegovergang. Zij is één van de meisjes die zelfmoord heeft gepleegd en naamloos is begraven. Wier verhaal vergeten wordt, niet erkend wordt. Alsof ze nooit bestaan heeft. Wij willen dat die meisjes alsnog een naam krijgen. Dat er een monument voor hen komt, waarop hun namen en geboortedata komen te staan. Dit is iets waar we nu voor vechten bij de Goede Herder. Wij willen van de overheid dat ze laten zien dat ze de ernst van de situatie, na al die jaren, inzien.

Een leven lang op zoek naar erkenning

De vrouwen hebben nu vooral behoefte aan aandacht voor wat er destijds gebeurd is, en aan contact met elkaar. Alleen zij weten écht wat hen is aangedaan en welke impact dit vandaag de dag nog op hen heeft. Fonds Slachtofferhulp steunt de vrouwen hierin, door de lotgenotenbijeenkomsten van de KMGH mogelijk te maken. Op 25 augustus 2020 organiseert de KMGH een lotgenotenbijeenkomst. Door COVID-19 en de kwetsbare gezondheid van de vrouwen, is deze dag lang uitgesteld.

‘’Het contact met lotgenoten is heel waardevol. Je hebt een soort zusjesgevoel, want je bent met elkaar opgegroeid. Minister Dekker zal bij de bijeenkomst aanwezig zijn en zijn erkenning en excuses namens de overheid uitspreken. Ik weet dat veel vrouwen hier waarde aan hechten. Toch ben ik bang dat er nooit erkenning zal komen op een manier die écht recht doet aan het leed dat ons is aangedaan. We leggen ons er met grote tegenzin bij neer, want hoe lang moet je door blijven vechten?”

‘’De erkenning vinden we nu gelukkig bij elkaar.’’

Lotgenotenbijeenkomst 25 augustus 2020

Op 25 augustus a.s. vindt de lotgenotenbijeenkomst van de KMGH plaats. Naast de komst van minister Sander Dekker gaat het tijdens de bijeenkomst vooral om de ruimte die er is om elkaar te steunen, misschien wel te lachen. Een fijne dag te hebben. De lotgenotendagen van de KMGH worden door Fonds Slachtofferhulp mogelijk gemaakt