Hoe gaat het nu met je?

De dochter van Wanda en Jacques Beemsterboer, Nadine, werd in 2006 door haar ex-vriend om het leven gebracht. Een diepschokkende gebeurtenis, die onuitwisbare sporen nalaat op het gezin. Wanda en Jacques vertellen welke impact dit heeft op hun leven, maar ook wat het hen heeft gebracht.

Het verhaal van Wanda en Jacques Beemsterboer

Er zijn geen gezegdes, geen woorden die duidelijk kunnen maken hoe zwart deze dag voor ons was. Het is een zin uit het eerste hoofdstuk van het boek Mam, ik bel je zo terug, dat Wanda Beemsterboer schreef na de moord op haar dochter Nadine in december 2006. “Het verwerken van de dood van je kind, zeker door een onzinnige moord, gebeurt eigenlijk niet. Het wordt verweven in je leven.”

De titel van het boek zijn de laatste woorden die Wanda haar dochter hoorde zeggen. Nadine belde niet terug. Niet veel later na het ongeruste telefoontje van haar moeder, werd de 20-jarige jonge vrouw met messteken om het leven gebracht door haar ex-vriend.

Wanda: “Nadine was pas 17 toen ze ons aan haar nieuwe vriend Gerold voorstelde. We waren niet meteen enthousiast. Hij was 14 jaar ouder en kwam wat schuchter over. Hij was niet het prototype ideale schoonzoon. Maar ik dacht meteen: ‘Niet verbieden, laat hem maar aanschuiven bij ons aan tafel, in ons gezin. Dan kan ik de relatie een beetje in de gaten houden’.”

Een fataal cadeau

Het eerste jaar lijkt de relatie prima te gaan. Het stel is stapelverliefd en Gerold draagt Nadine op handen. Maar na verloop van tijd ontstaan er scheurtjes. Wanda is er een keer getuige van dat hij Nadine telefonisch de huid vol schold, om binnen een mum van tijd terug te bellen met excuses en lieve woordjes. Het voelde niet goed, maar wat konden ze doen? De situatie lijkt zichzelf op te lossen wanneer voor Nadine de maat vol is en ze besluit een punt achter de relatie te zetten. Maar Gerold accepteert dat niet en blijf contact zoeken. Op zaterdag 2 december 2006 rijdt Nadine naar zijn huis voor een laatste ontmoeting. Hij wil haar nog een cadeau geven, om zijn liefde voor haar te tonen. Daarna zou hij haar echt met rust laten. Ze besluit hem dat afscheid nog te gunnen, ook omdat hij dreigt anders een feest te verstoren waar zij heen zou gaan. De afspraak werd haar fataal. Het ‘cadeau’ van Gerold zijn talloze messteken, waarmee hij Nadine om het leven brengt.

Anders rouwen

Jacques: “Je weet wat er is gebeurd. Je registreert het. Maar je reactie is anders dan je vooraf bedenkt. Je gaat niet de moordenaar te lijf. Je stopt niet met leven. Bij Wanda en mijn dochter Jacqueline kwamen direct het verdriet en de wanhoop naar buiten. Hun rouw was heel zichtbaar, heel duidelijk. Bij mij werkte dat anders. Ik ging meteen in de regelstand. Ik was van beroep begrafenisondernemer en dacht ‘Ik moet aan het werk. Ik laat dit niet aan iemand anders over. Dit moet een perfecte uitvaart worden.’ Het werken, regelen en organiseren, heeft me een lange periode houvast gegeven.” Voor Wanda was deze totaal andere reactie vaak moeilijk. “Ik was helemaal gevloerd. Ik kon niets meer. Ik sliep niet, ik at niet. Die wanhoop en die gedachte: ‘Ik kan dit niet aan. Leg mij maar naast mijn kind.’ Ik herinner me nog dat mensen me stukjes fruit voerden, zodat ik toch iets naar binnen kreeg. Als ik Jacques dan hoorde fluiten bij het werk, was dat bijna niet te verdragen.”

Zin geven aan iets onzinnigs

Waar het gezin elkaar wél in vond, was de wil om ‘iets’ te doen met deze zinloze moord. Jacques: “Nadine had een veelbelovende toekomst voor zich. Ze deed aan streetdance op hoog niveau. Ze studeerde Communicatie en wilde daar graag iets moois mee doen voor radio of televisie. Die verloren ambitie, die verloren toekomst, daar moeten we iets mee. Die wil om zin te geven aan zoiets onzinnigs als haar dood, dat voelden we  heel sterk. Het werd onze motivatie om door te gaan. Om op de een of andere manier door te leven. Met de Nadine Foundation zetten we ons in tegen zinloos geweld. We vertellen op scholen en in gevangenissen het verhaal van Nadine. Wat we ermee bereiken? Eigenlijk wil ik niet per se iets bereiken. Als ik daarmee bezig zou zijn, komt het niet meer uit mijn hart. Dan sta ik daar met een doelstelling. Ik vind het gewoon fijn om over mijn dochter te praten. Het is helend voor mij. En natuurlijk, wanneer ik hoor dat in zo een zaaltje met delinquenten er één iemand tussen zit die aangeeft dat hij zich nu veel bewuster is van de gevolgen van zijn daden voor een slachtoffer, dan ben ik blij.”

Niks-aan-de-hand-masker

Wanda: “Laatst spraken we bij de Stichting Fier, waar vrouwen en meisjes, slachtoffers van geweld, worden opgevangen. Later kreeg ik een brief van een meisje. Ze was zo onder de indruk van ons verhaal, het gaf haar kracht om door te leven. Ja, dan ben ik wel ontroerd. Of hele klassen op het vmbo die anderhalf uur doodstil zitten te luisteren in de aula. Al zit er maar één meisje bij die besluit bij haar gewelddadige vriendje weg te gaan, dat is al fantastisch.” Ook wat er tijdens de pelgrimstochten gebeurt, geeft De Beemsterboers de motivatie om door te gaan met hun werk. Jacques: “We organiseren elk jaar een begeleide tocht naar Lourdes. Lotgenoten die zo vast zitten in woede, of hun niks-aan-de-hand-masker niet kunnen afzetten, komen binnen enkele dagen helemaal los. We delen onze verhalen, we begrijpen elkaar. En dan gebeurt er wat. Heel helend en heel mooi om mee te maken.”

Lachen zonder schuldgevoel

Nog niet zo lang geleden heeft Nadine’s zus Jacqueline de moordenaar van haar zus ontmoet in de tbs-kliniek. Ze heeft hem vergeven. Wanda: “Wij zijn niet in staat om hem te vergeven, maar hebben respect voor haar keuze hier in. We laten elkaar hier volkomen vrij in. Gerold vergeven, heeft haar rust gegeven. We kunnen voor elkaar niet bepalen wat je voelt, hoe je rouwt, hoe je verder gaat. Veel stellen die een kind verliezen, verliezen ook elkaar. Bij ons is de liefde overeind gebleven. Door veel te praten, proberen te begrijpen wat een ander voelt. En door samen het verhaal van Nadine levend te houden. En nee, verwerken van de dood van je kind doe je niet. Een plek geven? Ik zou niet weten waar die plek is. Het verlies hoort bij ons leven. We worden nog vaak bevangen door het gemis. Maar het leert ons ook heel intens te kijken naar wat er te genieten valt. De natuur, onze kleinkinderen, werken voor de stichting, werken met lotgenoten. Durven lachen zonder je schuldig te voelen. Er is zo veel om voor te leven.”