Wat is VICTIMS?

Het VICTIMS-project gaat over ‘Victims In Modern Society’ en is een meerjarig, grootschalig, kwantitatief onderzoek onder de volwassen Nederlandse bevolking. In de studie staan sociale steun, erkenning, gebruik van professionele hulpverlening en psychische klachten na slachtofferschap centraal. Dit heeft als doel meer inzicht te krijgen in de positie van slachtoffers in een veranderende samenleving. Het VICTIMS-project maakt gebruik van het LISS panel, waarin ongeveer 7.500 respondenten, langdurig meedoen aan diverse studies. In de loop der jaren verkregen gegevens over bijvoorbeeld persoonlijkheid en gezondheid worden gekoppeld aan de nieuwe gegevens van deze studie. Fonds Slachtofferhulp is initiatiefnemer van het VICTIMS-project. Hierin wordt nauw samengewerkt met dr. Peter van der Velden en CentERdata (Tilburg University).

Meer info? Download de brochure met de resultaten van de eerste meting in 2018.

Feiten en cijfers

1,7 miljoen mensen worden jaarlijks slachtoffer in Nederland:

  • ca. 405.000 personen zijn slachtoffer van serieuze bedreiging
  • ca. 231.000 mensen zijn het slachtoffer van fysiek (seksueel) geweld
  • ca. 380.000 mensen maken een verkeersongeval mee
  • ca. 170.000 personen betrokken bij een ongeval of ramp
  • ca. 390.000 mensen worden getroffen door diefstal of oplichting
  • ca. 203.000 mensen zijn het slachtoffer van een medisch incident

Onderzoeken

De onderstaande onderzoeken maken deel uit van het VICTIMS-project.

Onderzoek risicofactoren en sociale steun

Wat zijn de belangrijkste risico-factoren voor een gebrek aan sociale steun nadat je slachtoffer bent geworden? Bij mensen die het sterkst een gebrek aan steun en erkenning ervaren, is de schokkende gebeurtenis of het slachtofferschap zelf van invloed. Maar daarnaast blijken eerdere psychische klachten en eenzaamheid ook een sterke voorspeller. Hierbij melden slachtoffers die tijdens de gebeurtenis een hoge mate van stress ervoeren achteraf vaker een gebrek aan sociale steun ervaren dan lotgenoten die minder stress hadden tijdens de gebeurtenis. Verder blijkt dat allochtone slachtoffers significant vaker een gebrek aan steun, erkenning en begrip vanuit de familie ervaren dan autochtone slachtoffers.

Onderzoek slachtoffers van partnergeweld

Waar lopen slachtoffers van partnergeweld tegenaan? Deze groep kampt aanmerkelijk vaker met uiteenlopende problemen dan een vergelijkbare groep mensen die geen geweld of andere schokkende ervaringen heeft meegemaakt. Zij hebben veel vaker psychische, werkgerelateerde, financiële, juridische, religieuze en fysieke problemen dan niet-slachtoffers, maar ook vaker dan slachtoffers van ander geweld. Daarnaast ervaren zij vaker een gebrek aan sociale steun.

Onderzoek slachtoffers van medische fouten

Dit onderzoek richt zich op een omvangrijke groep: mensen die het slachtoffer worden van een medisch incident. Uit de jaarlijkse metingen blijkt dat de impact van een medisch incident op veel fronten groot is. Slachtoffers kampen vaker met problemen dan degenen die geen trauma hebben meegemaakt. Ze verliezen bijvoorbeeld hun werk, kunnen het trauma moeilijk verwerken, raken verwikkeld in een juridische strijd of zien hun relatie stranden. Ongeveer 28% heeft zelfs ernstige PTSS symptomen. In de meting van 2020 hebben wij de slachtoffers een paar aanvullende vragen gesteld. Uit de resultaten blijkt dat 14% van de slachtoffers van mening was dat de betrokken arts of verpleegkundige duidelijk spijt heeft betuigd. En 31% van de slachtoffers voelde zich niet (meer) serieus genomen door ziekenhuis of medische instelling.

Onderzoek volwassenen met traumatische gebeurtenissen in de kinderjaren

Wat is de lange termijn impact van een traumatische gebeurtenis op jonge leeftijd? Hierbij valt te denken aan fysieke, emotionele of seksuele kindermishandeling, dood van een ouder of broer/zus. Het VICTIMS-project beschikt over longitudinale data, waarmee wordt aangetoond dat deze kinderen op volwassen leeftijd in veel sterkere mate te maken krijgen met chronische mentale gezondheidsproblemen (zoals depressie, angsten, slaapproblemen) en met chronisch gebruik van de GGZ. Dit onderschrijft het belang van vroeg signaleren van trauma bij kinderen. In de jeugdzorg wordt nog te veel aan symptoombestrijding gedaan en wordt onvoldoende gescreend op trauma. Ook voor dit onderzoek is een artikel ingediend, maar nog niet gepubliceerd.

Onderzoek sociale steun

Het meemaken van een ernstige bedreiging of geweld kan een flinke impact op iemands leven, op iemands mentale gezondheid. EHet wel of juist niet ervaren van steun uit je omgeving kan hier een rol in spelen. In vrijwel alle onderzoek wordt gekeken naar de rol van sociale steun na de gebeurtenis. Maar in VICTIMS kunnen we ook kijken naar factoren in iemands leven voorafgaand aan dat zij ergens slachtoffer van worden.

In dit onderzoek is gekeken naar slachtoffers van een serieuze bedreiging (online en niet online), slachtoffers van seksueel geweld (online en hands-on), fysiek geweld (door partner en door ander), slachtoffers van een overval.

In het artikel laten we zien dat sociale steun voorafgaand aan het meemaken van een ernstige bedreiging of geweld, als beschermende buffer werkt tegen ptss, angst, depressie en een gebrek aan steun na de schokkende gebeurtenis. Uit de data komt nog een belangrijke factor naar voren: Mensen die leven met financiële problemen, hebben een veel groter risico op ptss na slachtofferschap dan mensen zonder financiële problemen.

Onderzoek corona en psychische klachten

Een nieuwe meting van onze meerjarenstudie Victims in Modern Society (VICTIMS) ten tijde van de lockdown laat de impact van de coronacrisis op de geestelijke gezondheid zien. Meer mensen zijn eenzaam na de eerste corona-uitbraak. Tegelijkertijd blijkt dat er minder depressieve- en angstklachten voorkwamen na de uitbraak bij de groep mensen die niet eenzaam is.

Emotionele eenzaamheid onder volwassen Nederlanders is in de zomer van 2020 toegenomen ten opzichte van vóór de corona-uitbraak. Van 18% naar 25%. Onder de groep die zich eenzaam ging voelen, namen de angst- en depressieve symptomen toe. Van 18% in november 2019 naar 26% in juni 2020. Maar de meerderheid van de Nederlandse bevolking (62%) kampte niet met eenzaamheid vóór en ná de uitbraak. Bij deze groep namen milde tot ernstige angst- en depressieve symptomen juist af. Van 7% naar 4%.

Op de gehele volwassen bevolking kampten iets minder mensen met milde tot ernstige angst- en depressieve symptomen na de eerste uitbraak (15%) dan ervóór (17%) en gedurende de uitbraak (17%).