‘’Je groeit ermee op, je gaat erin mee. Ik kon er niet uit.’’

Roos is een van de hoofdpersonen op www.wtfff.nl en deelt haar verhaal om lotgenoten te helpen inzien dat online seksueel misbruik nooit hun schuld is. Je leest hier Roos haar volledige verhaal.

‘’Ik heb seksueel misbruik meegemaakt vanaf mijn vijfde jaar. Toen ik ongeveer tien jaar oud was ben ik ook in het wereldje van online seksueel misbruik terechtgekomen. Ik chatte heel veel met verschillende mannen en ik moest achter de webcam dingen doen. Hoe het online misbruik begonnen is, daar kan ik me nog moeilijk over uiten. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik het zelf heb opgezocht. Pas sinds een aantal jaar komt de realisatie dat dit niet zo is. Rationeel gezien weet ik, dat een kind van tien niet zelf naar bepaalde sites gaat om daar seksgesprekken te hebben. Op de plek waar het fysieke misbruik plaatsvond ben ik voor het eerst achter de webcam verschenen. Later ben ik dit ook thuis gaan doen. Het was een dubbelleven wat ik leidde en heeft tot mijn vijftiende gespeeld. Het fysieke misbruik stopte eerder, maar het online misbruik ging langer door. Ik kwam niet uit het web van misbruik. Ik heb een aantal keer geprobeerd om eruit te stappen, maar er waren altijd mensen die wisten waar ik woonde, met wie ik woonde. Je hebt het gevoel dat je dingen moet doen, omdat er anders hele nare dingen gebeuren. De dreiging was altijd hoog: het netwerk wist alles van me. Naast de dreiging dat er iets zou gebeuren met iemand van wie ik hou of met mij, werd er ook veel gechanteerd met beeldmateriaal. Daarnaast hoorde ik van kleins af aan dat dit normaal was en dat ik mijn mond moest houden. Je groeit ermee op, je gaat erin mee. Ik kon er niet uit.’’

‘’Nu komt het besef dat het niet mijn schuld is’’

‘’Het online misbruik heeft ervoor gezorgd dat ik mezelf lang de schuld heb gegeven. Eigenlijk ervaar ik die schuldgevoelens nog steeds. Er blijft een stemmetje in mijn hoofd zeggen: ‘ik ben er zelf mee door gegaan’.

Pas sinds twee jaar kan ik zeggen dat ik seksueel misbruikt ben. Fysiek en online. Ik heb altijd gedacht dat ik het zelf heb gedaan. Ik heb me altijd zo schuldig gevoeld. Dit gevoel wordt er ook ingedreund door de plegers. Door de mensen die aan de andere kant van de laptop of de telefoon zitten en zeggen:‘je wil het toch zelf’. ‘Je komt toch online’. ‘Je vindt het toch fijn’.

Het besef dat het mijn schuld niet is komt soms. Het wisselt heel erg. Soms weet ik dat ik er geen keus in had. Dat het op zo’n jonge leeftijd is begonnen dat ik niet beter wist. Toch zijn er nog steeds momenten waarop ik in paniek en angst schiet, en in de overtuiging schiet dat ik het zelf heb opgezocht. Dat ik zelf online ben gegaan of er zelf naartoe ben gegaan. De realisatie komt, maar is er op veel vlakken nog niet.’’

‘’De angst, de schaamte en het schuldgevoel hielden mij tegen om erover te praten’’

‘’Ik heb het nooit aan mijn omgeving durven vertellen. Het kwam niet eens in mij op dat ik die optie had. Ik stopte het weg. In mijn hoofd gebeurde het misbruik niet. Het was een overlevingsmechanisme.

Veel mensen hadden een vermoeden dat er iets speelde, maar ze wisten niet wat en konden niet door mij heen prikken. Ik liet er niets over los. De angst, de schaamte en de overtuiging dat ik het zelf deed hielden me tegen. Ik word me hier steeds meer bewust van.’’

‘’Ik heb eerst alles opgeschreven. Dit was de eerste grote drempel die ik over ging’’

‘’Ik weet niet beter dan dat ik mezelf vanaf een afstand zie. Inmiddels weet ik dat dit een beschermingsmechanisme is en dat dit ‘dissociatie’ heet en dat dit vroeger al is ontstaan. Ik vond het heel normaal dat ik mezelf vanaf een afstand zag. Er zijn daardoor veel dingen die ik niet meer weet. Veel weet ik ook nog wel, of begin ik me weer te herinneren. Maar het is vaag: vanaf een afstand. Ik weet dat het met mij gebeurd is, maar het is alsof het met een ander gebeurd is.

Het heeft heel lang geduurd voordat de juiste diagnose gesteld is. Ik ben opgenomen geweest vanwege suïcidaliteit, na een poging tot zelfmoord. Twee jaar lang ben ik heel veel opgenomen geweest in crisiscentra, ook vanwege de eetstoornis die ik ontwikkelde. Ik wist niet waar dit door kwam. Ik wist alleen dat ik me slecht en somber voelde en dat ik niet meer wilde leven.

Toen kwamen er meer herinneringen naar boven en kreeg ik meer nachtmerries. Ik kon er niet meer onderuit. Ik ben toen begonnen met schrijven. Voor mezelf, maar ook om dingen te kunnen vertellen aan therapeuten. In de zomer van 2018 ben ik dingen gaan delen. In stukjes: losse flarden. Toen ben ik in een korte psychose geraakt doordat ik niet wist hoe om te gaan met alle emoties, de herinneringen, de pijn. Daarna werd zichtbaar dat de dissociatie en de herbelevingen zo heftig waren dat ik daarvoor in behandeling moest. Toen werd ook duidelijk waar alle problemen vandaan kwamen. Begin 2019 ben ik voor het eerst mijn hele verhaal gaan delen met de therapeut. Ik heb eerst alles opgeschreven. Dit was de eerste grote drempel die ik over ging.’’

‘’Je moet als het ware wakker geschud worden en erachter komen dat wat je meemaakt ‘misbruik’ is’’

‘’Ik denk dat veel jongeren die in een online seksueel misbruik situatie zitten zich niet herkennen in de term ‘online seksueel misbruik’. Dan denken ze misschien: ‘maar ik heb maar 1 foto gestuurd?’. Maar die relatief kleine dingen zijn wél belangrijk en daar moet je het óók over hebben. Dat is niet niks. Hoe verder je in zo’n trechter van macht komt, hoe moeilijker het wordt om hulp te vragen.

Ik heb heel lang niet geweten wat er onder ‘online seksueel misbruik’ valt. Pas toen ik me erover ben gaan inlezen begon ik erover te leren. Wat is er oké? Waarin mag en kan je je grenzen aangeven? En waar kan je hulp bij vragen? Je moet als het ware wakker geschud worden en erachter komen dat wat je meemaakt ‘misbruik’ is.

Er moet ook op maatschappelijk niveau meer kennis komen op dit gebied. Ik denk dat als je op straat zou vragen: ‘wat versta je onder online seksueel misbruik?’. Dat heel veel mensen het niet zullen weten. Je moet heel duidelijk weten wat het is en waar je hulp voor kunt krijgen. De hulpverlening moet je ook kunnen bereiken, want je hebt het nodig om ergens uit te kunnen breken.’’

‘’Je moet het wel zelf doen, maar je hoeft het niet alleen te doen’’

‘’Angstscenario’s zitten op een gegeven moment in je hoofd. Ik weet dat je het gevoel hebt dat je geen keus hebt. Maar die keus is er wél. En op het moment dat je de keuze maakt om hulp te zoeken, dan voel je dat de rollen zijn omgedraaid. Dan weet je dat je wel de regie hebt.”

”Als je ergens de mogelijkheid voelt om het aan iemand te vertellen. Zeg er dan iets over. Zeg: ‘ik zit in een situatie waar ik niet uit kan komen’. Je hoeft niet alles te vertellen, maar dan weet die persoon iets. Zodra je iets over je eigen gevoel kwijt kan bij iemand die je vertrouwt, kan dat al heel waardevol zijn. Als naaste is het belangrijk dat je er gewoon bent. Probeer niet door te vragen, push iemand niet, want dan gaat iemand op slot. Weet dat de persoon die vertelt dit al heel eng vindt.  Laat weten hoe dapper je het vindt dat iemand hierover vertelt en zeg dat je er voor die persoon bent. Dan zal iemand zich steeds meer op zijn gemak voelen. Je kan ook laten weten dat het veilig is voor iemand om te vertellen.

Ik heb er zes jaar over gedaan om dit punt te bereiken. Het punt waarop de realisatie komt dat het niet mijn schuld is geweest. De stem die zegt: ‘Ja, maar je hebt het zelf opgezocht’. Die stem is nog steeds heel luid. Als ik met mijn deelname aan WTFFF!? mijn steentje bij kan dragen en anderen sneller kan helpen inzien dat het niet hun schuld is, dan is dat voor mij heel waardevol.’’