Interventie herstellen na online seksueel misbruik

Bijna alle Nederlandse jongeren (98%) zijn in het bezit van een smartphone en zijn actief op social media. Naast de mogelijkheden en positieve kanten die social media bieden, zijn er ook zorgen. Zo blijkt dat 8% van de jongeren weleens slachtoffers is van cyberpesten. Ook wordt in toenemende mate gerapporteerd dat jongeren slachtoffer worden van online seksueel misbruik, zoals grooming, sextortion, ongewilde sexting en wraakporno en hierdoor vastlopen.

 

Online seksueel misbruik gepaard met ernstige (psychische) lijdensdruk

Het meemaken van online seksueel geweld kan gepaard gaan met ernstige (psychische) lijdensdruk. De jonge slachtoffers ervaren stress- en stemmingsklachten, schamen zich voor wat hen is overkomen en lopen hierdoor vaak vast op school of in hun dagelijks leven. Deze jongeren komen steeds vaker terecht bij de jeugdhulpverlening en jeugdGGZ met een diversiteit aan hulpvragen. Een gericht hulpaanbod is er echter nog niet.

 

Nieuwe interventie gericht op herstel

De afgelopen jaren zijn er diverse programma’s en platforms ontwikkeld die zich met name richten op preventie of op praktische hulp om slachtoffers in de eerste weken na het meemaken van online seksueel geweld bij te staan. Hierbij gaat het voornamelijk om het technisch weghalen van beeldmateriaal van het internet en het doen van aangifte. Gezien de impact die online seksueel geweld kan hebben op het leven van jongeren is er binnen onder andere het onderwijs en de jeugdzorg een groeiende behoefte aan specifieke interventies die zich richten op herstel en het verminderen van negatieve gevolgen op sociaal, psychisch, medisch en/of maatschappelijk vlak.

Dit project ‘Interventie herstellen na online seksueel geweld’ speelt daar op in en is gericht op jongeren tussen de 12 en 21 jaar. Naar verwachting kan het project begin 2020 worden afgerond waarna de multimodale interventie, in samenwerking met uitgeverij Bohn Stafleu van Loghum (BSL), wordt uitgegeven als behandelprotocol (boek) met eHealth toepassingen.

 

Aanpak

Het onderzoeksproject ‘Interventie herstellen na online seksueel geweld’ wordt geleid door psychotraumatherapeut Rik Knipschild. Hij werkt hiervoor nauw samen met Iva Bicanic, landelijk coördinator Centrum Seksueel Geweld. Het project is opgedeeld in een aantal fasen:

  • Fase 1: Behoeftebepaling

In deze oriënterende fase worden vragenlijsten afgenomen bij jeugdhulpverleners, leerkrachten, en andere betrokkenen/experts op het gebied van online seksueel geweld. Hiermee worden ervaringen en behoeften in kaart gebracht.

  • Fase 2: Focusgroepen

Op basis van het oriënterende onderzoek worden ‘ruwe’ aanbevelingen opgesteld waar de interventie aan moet gaan voldoen. Tijdens individuele interviews en een tweetal sessies met focusgroepen worden de aanbevelingen bediscussieerd, geconcretiseerd en aangevuld. Deelnemers aan de focusgroepen zijn: jeugdhulpverleners, politie/recherche, beleidsmakers, leerkrachten, jongeren die zelf slachtoffer zijn van online seksueel geweld en andere betrokkenen/experts op dit gebied.

  • Fase 3: Ontwikkelen interventie

De resultaten uit fase 1 en fase 2 worden vertaald naar een multimodale interventie. Een interventie die zich richt op herstel binnen meerdere domeinen: psychisch-, maatschappelijk- en fysiek herstel.

De interventie wordt uiteindelijk aangeboden aan de Erkenningscommissie van het Nederlands Jeugd Instituut voor opname in de databank effectieve jeugdinterventies.

Definitie online seksueel geweld

Online seksueel geweld wordt gedefinieerd als het meemaken van seksueel grensoverschrijdend gedrag via digitale kanalen. Zo wordt bijvoorbeeld van 1 op de 8 jongeren weleens een naaktfoto of video gedeeld. Ook worden er in toenemende mate jongeren slachtoffer van sextortion, vaak ik combinatie met digitale vormen van kinderlokken, grooming genoemd.