Nieuws

Ons advies op het wetsvoorstel Voorwaardelijke Invrijheidstelling

28 juni 2018

Bron: Fonds Slachtofferhulp

Lees meer over: wetsvoorstel

Begin mei presenteerde minister Sander Dekker een wetsvoorstel inzake de voorwaardelijke invrijheidstelling (VI). Waar een dader op dit moment bijna automatisch vrij lijkt te komen na het uitzitten van twee derde van zijn straf, wil de minister voortaan, zo zei hij: ‘’goed gedrag belonen en slecht gedrag bestraffen’’. Omdat de belangen van slachtoffers en nabestaanden met dit wetsvoorstel gemoeid zijn, is Fonds Slachtofferhulp gevraagd advies uit te brengen.

Kloof

Wat voor slachtoffers en nabestaanden vaak een bittere realiteit is, is dat een dader die veroordeeld is tot een gevangenisstraf van twaalf jaar, na zeven jaar alweer op proefverlof is, ter voorbereiding op de voorwaardelijke vrijlating na acht jaar. Hierdoor ontstaat een kloof tussen wat slachtoffers en nabestaanden verwachten van de straf die door de rechter wordt uitgesproken en de straf die daadwerkelijk wordt uitgezeten. In ons advies benadrukken we vooral het belang van transparantie in de rechtbank.

Resocialisatie

Om meer transparantie in de rechtbank te realiseren is het goed dat de wet wordt aangepast. Echter, om de samenleving te beschermen is het van groot belang dat gevangenen op een verantwoorde manier hun terugkeer in de samenleving maken. Voor deze resocialisatie zal, na een lange celstraf, vaak meer tijd nodig zijn dan het voorgestelde maximum van twee jaar. Slachtoffers en nabestaanden willen genoegdoening, maar willen ook dat wat hen overkwam niet ook een ander overkomt.

Ons advies

Het Fonds vindt dat een aanpassing in de wet er meer voor zou moeten zorgen dat transparantie in de rechtspraak de standaard wordt. Slachtoffers en nabestaanden moeten er op kunnen rekenen dat het systeem doet wat het zegt.

Op basis van het voorgaande hebben wij in ons advies aan de minister een alternatieve oplossing aangedragen. Hierin wordt de strafoplegging in twee delen geknipt. Aan het eerste, onvoorwaardelijk, deel van de straf kan in ons voorstel niet worden getornd. Dit ziet op de vergelding en genoegdoening aan slachtoffers en nabestaanden. Het tweede, voorwaardelijke, deel van de straf staat in het teken van bescherming van de samenleving en de terugkeer daarin. Op de duur van dit deel van de straf zou goed of slecht gedrag van invloed kunnen zijn. Ook hierbij staat transparantie centraal en zal door de rechter expliciet moeten worden benoemd hoe de straf is opgebouwd, door daarbij een minimum en maximum uit te spreken.

Wij houden u op de hoogte.

Lees meer over ons advies op het wetsvoorstel in de blog van Ineke Sybesma, directeur Fonds Slachtofferhulp. 

Geef een reactie