Nieuws

In het belang van de waarheidsvinding, of ernstige vorm van victim blaming?

8 augustus 2018

In de winter van 2016 fietst Susanne (21) haar gebruikelijke route naar het huis van haar ouders. Het is inmiddels donker wanneer een man met een muts haar dwingt af te slaan en richting een afgelegen bedrijventerrein te fietsen. Hij duwt iets in haar rug dat op een mes lijkt en zegt: ‘nu meewerken, anders prik ik door’. Wanneer ze voor alles en iedereen uit het zicht zijn, verkracht hij haar. Vijf dagen na de verkrachting doet Susanne aangifte bij de politie. Twee zedenrechercheurs verhoren haar, zetten haar onder druk en geven de indruk haar niet te geloven, zo blijkt uit de transcriptie waarin Susanne de Volkskrant inzage heeft gegeven. Was de manier waarop Susanne door de rechercheurs behandeld werd in het belang van de waarheidsvinding, of een ernstig voorbeeld van victim blaming?

De grootste behoefte na een onthulling is steun en geloofd worden

Susanne heeft de dappere beslissing genomen om aangifte te doen. Ze vertelt haar uiterst pijnlijke verhaal aan twee zedenrechercheurs van de eenheid Limburg. Tijdens het verhoor worden er vragen op haar afgevuurd, waaruit blijkt dat de rechercheurs haar niet geloven. Zo wordt gesteld dat haar verklaring ook gewoon een schreeuw om aandacht kan zijn, of een signaal dat er geestelijk iets aan de hand is. Haar wordt meerdere keren gevraagd of ze haar verklaring in wil trekken: ‘’Als blijkt dat iets niet klopt in je verhaal, dan ben ik bang dat dit echt consequenties heeft voor jou, maar ook voor het onderzoek.’’ (…), aldus de rechercheur (bron: Volkskrant). Het slachtoffer wordt onder het mom van ‘de waarheidsvinding’ zesenhalf uur verhoord en kan hierdoor het gevoel krijgen schuldig te zijn aan wat haar is overkomen, ook wel slachtofferbeschuldiging of ‘victim blaming’ genoemd. Dit terwijl zedenslachtoffers na een onthulling de grootste behoefte hebben aan steun en het gevoel geloofd te worden (bron: CSG).

In het belang van de waarheidsvinding?

Natuurlijk liggen de zaken bij een politieverhoor anders en moeten rechercheurs, omwille van de waarheidsvinding, kritische vragen stellen. Echter, de rechercheurs gaan in op details, zoals het geslachtsdeel van de dader. ‘’Je zegt dat de penis slap was, maar je gaat toch kokhalzen’’, stelt de rechercheur. ‘’Doe eens voor? Hoe kokhals je dan?’’ (bron: Volkskrant). Gaan de rechercheurs hun doel hier niet compleet voorbij? En nog belangrijker: gaan ze niet, op grove wijze, voorbij aan het belang van het slachtoffer? ‘’Voorkomen moet worden dat de vermoedelijke dader onjuist beschuldigd wordt’’, stellen de rechercheurs. Maar waarom wordt het belang van de dader, en de mogelijkheid van een onjuiste beschuldiging, hier boven het belang van het slachtoffers gesteld? En waarom werd tijdens het politieverhoor de aandacht niet gericht op de dader, in plaats van op het slachtoffer?

De gevolgen van victim blaming

Aangifte doen van verkrachting is voor veel slachtoffers een traumatische ervaring. Dat komt doordat ze zich vaak niet gehoord voelen en het gevoel hebben dat ze niet worden behandeld als slachtoffer. Wanneer een slachtoffer medeschuldig wordt verklaard, kan dit enorm grote gevolgen hebben. ‘’Onder vakgenoten spreken we niet voor niets van een tweede verkrachting’’, zegt Iva Bicanic van het Centrum Seksueel Geweld.

DNA-match met reeds veroordeelde tbs’er

Op basis van een DNA-match tussen de sporen gevonden op het lichaam van het slachtoffer en een reeds veroordeelde tbs’er, werd de dader op 17 juli veroordeeld tot drie jaar cel en TBS. In het vinden van de verkrachter heeft vooral het sporenonderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut aandeel gehad. Te betwisten valt of het politieverhoor, in deze specifieke zaak, van meerwaarde is geweest.

Een eerste stap om victim blaming tegen te gaan

Iva Bicanic van het CSG zegt over victim blaming in het algemeen: ‘’Aangezien we niet in staat zijn gebleken om het aantal verkrachtingen terug te dringen, moeten we ons misschien meer richten op het verminderen van victim blaming.’’ En laten we daar de eerste stap in de goede richting zetten en het belang van het slachtoffer voorop blijven stellen. Meer praten over daders en minder over slachtoffers en zo voorkomen dat de schuld bij het slachtoffer wordt gelegd.

Geef een reactie