Nieuws

‘Verkeersslachtoffer 22/10, Op zoek naar de man die mijn zusje doodreed’

28 februari 2019

Bron: Fonds Slachtofferhulp

Lees meer over: verkeersongevallen | roekeloos rijgedrag

Fleur van der Bij heeft in januari haar tweede boek ‘Verkeersslachtoffer 22/10’ gepubliceerd. Op de kaft van haar boek is het smalle polderweggetje ‘Haudmare’ in Tjalleberd te zien, waar het noodlot op 22 oktober 1996 toesloeg. Fleurs drie jaar jongere zusje ‘Ylse’ wordt onderweg naar school door een auto geschept en overleeft het ongeval niet. Hoe de omgeving hiermee omging is bepalend geweest voor haar verwerkingsproces. Tijdens het schrijven van haar debuut ‘De Nijl in mij’ kwam het onverwerkt verdriet om haar zusje naar boven en heeft ze gevoelsmatig veel muren moeten afbreken. Tijdens het einde van dit schrijfproces drong zich onverwachts de vraag op: ‘Wie was die man eigenlijk die mijn zusje heeft doodgereden?’. Deze vraag zou de basis leggen voor haar tweede boek: ‘Verkeersslachtoffer 22/10, Op zoek naar de man die mijn zusje doodreed’.

‘’Tijdens het schrijven van ‘De Nijl in Mij’ heb ik heel veel blokkades moeten ruimen.’’

Begin 2018 publiceert Fleur haar debuut ‘De Nijl in mij’. Het boek beschrijft haar ontdekkingsreis langs de Blauwe en de Witte Nijl, met als doel: het onderzoeken van de dood van de in 1883 verdwenen ontdekkingsreiziger Juan Maria Schuver. Tijdens haar ontdekkingsreis wordt ze continu geconfronteerd met de dood, waardoor ze wordt ingehaald door een verhaal dat veel dichter bij haarzelf ligt: het dodelijk ongeval van haar zusje.

‘’Daar praatte ik voor het eerst met mensen over de dood van mijn zusje. Die reis woelde het onverwerkte trauma van mijn zusje naar boven. Het schrijven van ‘De Nijl in mij’ is een heel belangrijk onderdeel geweest in mijn verwerkingsproces, alles wat ik jarenlang had weggestopt kwam toen ineens naar boven. Tijdens het schrijven van ‘De Nijl in mij’ heb ik heel veel blokkades moeten ruimen.’’

‘’Ik heb me een beetje verstopt al die jaren. Het was niet huilen, flink zijn. Zo ben ik daar heel lang mee omgegaan.’’

Bij terugkomst van haar ontdekkingsreis en tijdens het schrijven van haar debuut, kan Fleur wat er gebeurde op 22/10/1996 niet langer wegdrukken. Haar onverwerkt trauma dringt zich, na al die jaren, in alle hevigheid aan. Fleur krijgt de diagnose: bipolaire stoornis en is jarenlang in therapie om dit enigszins te kunnen verwerken.

‘’Toen mijn zusje overleed was ik vijftien. Er was destijds nauwelijks steun en empathie voor wat ik doormaakte. Ik weet nog dat ik een proefwerk moest maken en dat ik het niet afkreeg. De docent nam het proefwerk in en zei: ‘nee, het is niet eerlijk als jij meer tijd krijgt voor je proefwerk dan de andere kinderen’. Door hoe de omgeving ermee omging, kreeg ik het gevoel dat het overlijden van mijn zusje niets met mij te maken had. Het was niet huilen, flink zijn. Zo ben ik daar een hele lange tijd mee omgegaan.’’

‘’Ik vind het belangrijk om in ‘Verkeersslachtoffer 22/10’ ook het perspectief van kinderen naar voren te brengen.’’

‘’Als ouders een kind verliezen, dan gaat de aandacht als een soort reflex naar de ouders. Dat is ook logisch en ik wil helemaal niet afdingen op het verdriet van ouders, ook niet op die van mij. Maar wat minder zichtbaar is, is dat je als kind eigenlijk in de schaduw van het verdriet van je ouders komt te staan en dat je, behalve je broertje of zusje, ook een beetje je ouders verliest. In mijn boek noem ik dit ook wel  ‘schaduwverdriet’. Daarom vind ik het belangrijk om in dit boek ook het perspectief van kinderen naar voren te brengen. Door dit zichtbaar te maken, kan hier door hulporganisaties en scholen rekening mee gehouden worden.’’

‘’Wie is nou die man die mijn zusje heeft doodgereden?’’

‘’Aan het einde van het schrijfproces van ‘De Nijl in mij’ drong zich de vraag aan mij op: ‘’Wie is nou die man die mijn zusje heeft doodgereden?’’. Omdat ik nu zo goed wist hoe dit mijn leven had beïnvloed, wilde ik ook weten hoe dit voor hem was geweest. Dit was jarenlang een blinde vlek voor me geweest en ik was nu oprecht geïnteresseerd in onze parallelle levens.

Hij heet meneer Smeets en hij is op wereldreis gegaan: dat waren mijn startgegevens. Zijn naam had ik toevallig in 2011 gehoord toen ik iemand van vroeger tegenkwam. Die persoon vroeg mij: ‘’Denk je dat meneer Smeets om die reden op wereldreis is gegaan?’’ Ik wist niet wat ik hoorde; zijn naam had ik al die jaren niet geweten! Dit is ook wel tekenend voor het isolement waar ik als vijftienjarige in zat. Op dat moment deed ik niets met deze informatie, maar in 2017 was het tijd voor mij om erachter te komen wie deze man was.’’

‘’Ik heb alles wat met de dood van mijn zusje te maken had in de ogen gekeken.’’

‘’Vanaf mijn vijftiende heb ik een sterk gevoel van anti-slachtofferschap gekend. De zoektocht naar de man die mijn zusje doodreed was om die reden ook een manier om mijn eigen slachtofferschap te erkennen. Ik ben begonnen vanaf een soort nulpunt en tijdens mijn zoektocht heb ik me moeten leren verhouden tot deze man. Uiteindelijk heb ik alles wat met de dood van mijn zusje te maken had in de ogen gekeken en dit heeft me niet uit balans gebracht, het heeft me juist gesterkt. Dit is voor mij heel belangrijk geweest om de blinde vlek weg te nemen.’’

‘’In dit scenario ben je eigenlijk allemaal slachtoffer.’’

”Tijdens mijn zoektocht heb ik de verschillen tussen daders, veroorzakers en slachtoffers heel grondig moeten onderzoeken. En ik kwam erachter dat het, juist bij verkeersongevallen, zo enorm ingewikkeld ligt. Aan de ene kant heb je de verkeershufters, die bewust hun auto als wapen gebruiken. Die mensen moeten hard gestraft worden. Maar, zoals in het geval van mijn zusje, heb je ook de categorie ‘veroorzakers’. Dit zijn de mensen, zoals meneer Smeets, die het ongeluk ook niet hadden gewild. In zo’n scenario ben je eigenlijk allemaal slachtoffer. Ik denk dat dit belangrijke nuanceverschil nog niet zo aanwezig is in het collectieve bewustzijn.’’

‘’Redeneren vanuit de behoefte van het slachtoffer.’’

‘’Als je je in een situatie bevindt waarin iedereen slachtoffer is, dan is dit het moment om erkenning te geven aan de gevoelens die er zijn. In mijn optiek is openheid en eerlijkheid tussen veroorzaker en slachtoffer dan essentieel. Het gebeurt nu wel eens dat een veroorzaker zich tijdens de strafzitting beroept op zijn zwijgrecht, waardoor de nabestaanden het gevoel kunnen krijgen niet erkend te worden en zich zelfs genegeerd kunnen voelen. Dit kan uiteindelijk omslaan in ontevredenheid en de roep om hogere straffen in de hand werken.

Ik denk dat het belangrijk is dat, in het geval van een veroorzaker en niet van een verkeershufter, er niet geredeneerd wordt vanuit de hoogte van de straf, maar vanuit de behoefte van het slachtoffer. Het belang van slachtoffers voorop stellen en de vraag stellen wat iemand nodig heeft om vooruit te komen. Een rechter zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: ‘Ik houd rekening met de hoogte van de straf, als de veroorzaker open en eerlijk is tegenover het slachtoffer.’ Niet zwijgen dus, maar spreken. Ik denk dat dit alle partijen zou kunnen helpen in de verwerking. ‘’

‘’Ik hoop dat beide partijen in dit boek steun kunnen vinden.’’

‘’Uiteindelijk is ‘Verkeersslachtoffer 22/10’ ook een maatschappelijk geëngageerd betoog geworden. Ik wil heel duidelijk de vraag stellen: hoe gaan wij nou als samenleving met het leed van verkeersslachtoffers, maar ook met het leed van veroorzakers om? En ik hoop ook oprecht dat slachtoffers, maar ook veroorzakers in dit boek steun en erkenning kunnen vinden.’’

‘’Ik zou niet met hem willen ruilen.’’

Fleur is tijdens haar zoektocht niet boos geweest op meneer Smeets, want ze heeft het overtuigende gevoel dat ze niet met hem zou willen ruilen. Tijdens haar reis komt ze erachter dat zij en meneer Smeets in hun proces van verwerking, op een bepaalde manier, met elkaar verbonden zijn.

‘’Tijdens mijn zoektocht heb ik al mijn gevoelens onderzocht en ik heb mezelf ook wel eens de omgekeerde vraag gesteld: ‘’Waarom zou ik geen wraak willen?’’. Uiteindelijk realiseer ik me dat het leven niet risicovrij is. Als dit me niet was overkomen, dan was er wel iets anders geweest wat me op de proef had gesteld. We hebben allebei een manier gevonden om de last te dragen; we zijn beiden op drift geraakt en verbonden door water.’’

''We zijn beiden op drift geraakt en verbonden door water.''

‘Verkeersslachtoffer 22/10, Op zoek naar de man die mijn zusje doodreed’, door Fleur van der Bij is te koop via alle gerenommeerde boekhandels en online besteldiensten, zoals www.bol.com.  Voor meer informatie over Fleur van der Bij en het bestellen van haar boek, kunt u ook terecht op de website van haar uitgever: Querido, Singel Uitgeverijen.

Geef een reactie