Nieuws | Blog

Verder na de vliegramp MH17: eigen veerkracht en psychologische hulp

27 november 2015

Bron: Fonds Slachtofferhulp

Lees meer over: nabestaanden | MH17 | Stichting Vliegramp MH17 | blog | Jos de Keijser | vliegramp

De Vliegramp Oekraïne heeft honderden mensen tegelijk geconfronteerd met het verlies van één of meerdere dierbaren. De bizarre toedracht van de ramp en de complexe nasleep voegen ingrijpende, stressvolle elementen toe aan de aangrijpende persoonlijke verliezen. De ramp heeft honderden levens ontwricht. Het is van groot belang dat nabestaanden de ruimte krijgen hun verhalen en gevoelens te delen en dat geluisterd wordt naar hun vragen en behoeften.

In de eerste maanden stonden praktische, organisatorische, juridische en financiële vraagstukken op de voorgrond, naast natuurlijk de emotionele reacties. Velen hebben steun uit hun directe omgeving gekregen. De betrokkenheid vanuit de bevolking, regering en het Koninklijk Huis maakte de rouw collectief. Naarmate de praktische en collectieve vraagstukken meer op de achtergrond raken en de directe steun luwt, zal de rouw, de pijn van het verlies, en onomkeerbaarheid van het verlies steeds meer onderscheidend worden tussen personen met en zonder een persoonlijk verlies.

Een minderheid ontwikkelt op termijn mogelijk emotionele problemen. Voor deze groep kunnen psychologische interventies helpen.

Veerkracht

In Nederland worden de nabestaanden van de MH17 opgevangen door casemanagers van Slachtofferhulp Nederland. Zij geven, samen met de familierechercheurs, IVC en andere instanties, informatie over de ramp, zoals het terugvinden van stoffelijke resten, verzekeringskwesties en anderen. Ze geven geen psychologische ondersteuning, maar houden de nabestaanden in de gaten: ‘watchful waiting’. In de eerste fase ligt het accent op de eigen veerkracht. Op grond van eerder onderzoek bij diverse groepen nabestaanden kan worden verwacht dat de meeste nabestaanden emotioneel zullen herstellen. Voor hen zal het verdriet weliswaar nooit helemaal verdwijnen en het leven anders zijn dan voor 17 juli 2014, maar zij zullen goed in staat zijn met hun verdriet te leren leven en betekenisvolle activiteiten voort te zetten.

Een minderheid ontwikkelt op termijn mogelijk emotionele problemen. Voor deze groep kunnen psychologische interventies helpen. Deze interventies zijn gericht op de belemmeringen voor de verwerking, zoals extreem negatieve gedachten, angsten om het verlies onder ogen te zien, en onvermogen zich te richten op overgebleven vervullende activiteiten, waaronder werk, en zorg voor anderen. De interventies zijn ingebed in een contact waarin ruimte is het verhaal van het persoonlijke verlies te vertellen, waarin oog is voor de diversiteit van gevoelens en reacties die kunnen spelen, de rouw, posttraumatische herbelevingen, reddeloosheid, en mogelijke schuldgevoelens en boosheid.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat psychologische hulp het aantal klachten (lichamelijk, angst en stemming) bij nabestaanden aanzienlijk omlaag brengt.

Na een ingrijpend verlies vinden vele nabestaanden de stap naar psychologische hulp groot. Er is sprake van een behandelkloof: nabestaanden met ‘complexe rouw’ vinden het moeilijk om professionele hulp te zoeken. Deze kloof is veel groter dan bij somatische aandoeningen, zoals diabetes of huidziekten, waarvoor bijna iedereen hulp zoekt. Hiervoor zijn ten minste drie mogelijke verklaringen. Ten eerste de gedachte dat tegenslagen in het leven ondergaan moeten worden en als je er niet zelf bovenop komt, je de rest van je leven maar met de gevolgen moet leren leven. Daarnaast hebben sommige mensen helaas ‘iets’ tegen psychologen of zien ertegenop om over zichzelf te praten.

Uit wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld bij de nabestaanden van de Twin Towers ramp in New York (9/11) blijkt dat psychologische hulp het aantal klachten (lichamelijk, angst en stemming) bij nabestaanden aanzienlijk omlaag brengt.

Nabestaanden van de MH17 ramp worden uitgenodigd mee te doen aan ons wetenschappelijk onderzoek door een vragenlijst in te vullen. De vragenlijst kan digitaal of per post worden toegestuurd. Indien blijkt dat er, op basis van de antwoorden op de vragenlijst, sprake is van veel klachten zal hen in een vervolgonderzoek gesprekken aangeboden worden met ervaren psychologen of psychotherapeuten. Nabestaanden die geen behoefte hebben aan psychologische ondersteuning worden ook uitgenodigd deel te nemen aan het vragenlijstonderzoek, zodat onderzocht kan worden welke factoren bijdragen of juist een belemmering vormen voor het omgaan met het verlies van één of meerdere dierbaren ten gevolge van de vliegramp.

Met deze informatie kunnen anderen geholpen worden die in een vergelijkbare situatie zitten of in de toekomst zullen komen. Bovendien kan de nabestaande zelf baat hebben bij de behandeling.

Nabestaanden kunnen zich informeren en aanmelden via: www.rouwnavliegrampmh17.nl

Jos De Keijser

Onderzoeker en klinisch psycholoog, Rijksuniversiteit Groningen.

Geef een reactie