Nieuws | Blog

Uitoefening slachtofferrechten kan en moet beter

13 februari 2019

Bron: Ineke Sybesma

Lees meer over: Ineke Sybesma | rechtspositie

Vandaag bespreekt de Vaste Kamercommissie van Justitie & Veiligheid tijdens een Algemeen Overleg over het slachtofferbeleid van minister Dekker. Met een brief hebben wij vorige week aan de commissie onze zorgen geuit over de uitoefening van slachtofferrechten.

De afgelopen jaren is er op papier veel veranderd en verbeterd voor slachtoffers die met het strafrecht te maken krijgen. Helaas krijgen we steeds vaker signalen dat zij in de praktijk hard moeten vechten voor hun rechten. Die rechten zijn nu niet afdwingbaar en lijken dus vrijblijvend te zijn. Want waar kan een slachtoffer aankloppen als hij zijn rechten niet kan uitoefenen?

Groeiende problemen

 
Slachtoffers zijn kwetsbaar. Daar zijn velen het over eens. Maar ook hun rechten blijken dus kwetsbaar. Dat heeft te maken met cultuur, maar vooral ook door de organisatorische problematiek bij de politie en de rechterlijke macht. Dat die er zijn komt steeds vaker in de media, waar rechters, politiemensen en zelfs de Hoge Raad de noodklok hebben geluid over de hoge werkdruk en de grote bezuinigingen.

Op papier zijn er dus grote stappen vooruit gezet om de positie van slachtoffers te verbeteren, maar in de uitvoering worden eerder stappen terug gedaan. Ik maak me hier ernstig zorgen over en ben bang dat het slachtoffer de eerste is die sneuvelt in de organisatorische én financiële problematiek van de magistratuur. Dat raakt aan het rechtsgevoel van ons allemaal.
 

Slachtofferadvocatuur

 
Om inzicht te krijgen in je dossier, belangrijke informatie toe te kunnen voegen, een gesprek met de officier van justitie af te dwingen, is het nodig om een goede slachtofferadvocaat te hebben. Dat blijkt ook uit een onderzoek dat de Minister voor Rechtsbescherming heeft laten doen over dit onderwerp door het WODC Maar terwijl het belang van die advocaat toeneemt, zijn de vergoedingen die zij krijgen uit de gefinancierde rechtsbijstand veruit onvoldoende. En dus doen veel advocaten maar weinig zaken, en dat gaat weer ten koste van de kwaliteit. Het Fonds pleit voor een ruimere vergoeding voor de uren die slachtofferadvocaten besteden aan complexe zaken, maar tegelijkertijd voor een aanscherping van de kwaliteitseisen aan advocaten die kwetsbare slachtoffers helpen in hun strijd om recht. Het Fonds hoopt dat de Tweede Kamer hier oog voor heeft.
 

Spelregels

 
Begin 2012 zocht Fonds Slachtofferhulp samen met andere organisaties, vertegenwoordigd in het Platform Slachtofferorganisaties, contact met de Nationale Ombudsman. Samen met hem stelden we de zogenaamde Behoorlijkheidsregels op. Daarin is vastgelegd wat slachtoffers in het strafrecht mogen verwachten van de overheid. De Behoorlijkheidregels en het bijbehorende rapport vindt u hier. In die tijd werd door het ministerie van Justitie en Veiligheid uitgegaan van een ‘groeiscenario’ van vijf jaar voor drie verbetertrajecten: schadevergoeding en schadeverhaal, informatievoorziening en de positie van het slachtoffer in de fase van de tenuitvoerlegging van de sanctie. De Ombudsman sprak toen al in het rapport zijn zorgen uit over de lange periode van vijf jaar voordat slachtoffers verschil kunnen ervaren in de manier waarop zij in het strafproces behandeld en bejegend worden. Al had hij ook begrip voor het feit dat ketenveranderingen taaie processen zijn.

We zijn nu niet vijf, maar ruim zes jaar verder en moeten concluderen dat de spelregels onvoldoende worden nageleefd. Wie slachtofferrechten serieus neemt, maakt ze afdwingbaar. Zodat wat op papier staat, ook werkelijk voor slachtoffers wordt uitgevoerd. Als dat niet gebeurt, moeten slachtoffers daar voor worden gecompenseerd.

Ineke Sybesma

Directeur Fonds Slachtofferhulp

Geef een reactie