In gesprek met demissionair minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker: “Houd ons scherp”

Hoe staan slachtoffers in Nederland er eigenlijk voor? We vragen het demissionair minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker. Geen betere gelegenheid dan vandaag, de Europese Dag van het Slachtoffer én de laatste weken van zijn ambtstermijn. In een videogesprek zo typerend voor deze tijd, tussen keukentafel en achterbank, vragen we hem wat er gerealiseerd is voor slachtoffers tijdens zijn ambtsperiode en wat hij zijn opvolger wil meegeven. Tussendoor leggen we hem ook wat stellingen voor uit onze campagne www.stemvanhetslachtoffer.nl

Esther Adam
Esther Adam
communicatieadviseur/redacteur bij Fonds Slachtofferhulp

Positie slachtoffers

Met de verkiezingen voor de deur is het een mooi moment voor reflectie van uw ambtsperiode als minister voor rechtsbescherming met slachtofferbeleid in uw portefeuille. Hoe ziet u dat de situatie van slachtoffers is veranderd in de afgelopen vier jaar?

“De positie van slachtoffers is niet alleen in de afgelopen vier jaar versterkt. Dit is eigenlijk al meer dan twee decennia aan de gang. Zo een 25 jaar geleden waren slachtoffers een blinde vlek. Dat zijn ze allang niet meer. We krijgen steeds beter op het vizier wat slachtoffers nodig hebben en hoe we als overheid hier op in moeten spelen. We scherpen dat steeds verder aan. In de afgelopen vier jaar hebben we ons bijvoorbeeld hard gemaakt om de positie van het slachtoffer in het strafproces verder te versterken met een uitbreiding van het spreekrecht. Een belangrijk onderdeel is de verplichting voor de verdachte om op zitting aanwezig te zijn als het slachtoffer zijn spreekrecht uitoefent. Zo krijgt een slachtoffer ook echt  de kans om aan de verdachte te vertellen wat het misdrijf met hem of haar heeft gedaan. Verder werken we aan een betere bejegening van slachtoffers in het strafproces. Zo is er een betere bescherming van hun privacy en hebben ze meer inzicht in hun eigen zaak via mijnslachtofferzaak.nl. Ook de mogelijkheden tot schadeafhandeling zijn verder verbeterd.”

Het verbeteren van de positie van de slachtoffers is eigenlijk een continu proces. Wat zou u uw opvolger willen meegeven om dit stokje verder op te pakken?

“Ga in gesprek met slachtofferorganisaties en betrokkenen in de strafketen. Zo krijg je goed het belang van slachtoffers tussen de oren en zie je waar ze in de praktijk tegenaan lopen. De regels die we maken zijn ter ondersteuning van slachtoffers, maar niet in steen gehouwen. Als regels in de praktijk niet werken, dan moet je ze aanpassen. Oren en ogen open houden voor wat slachtoffers nodig hebben, is hiervoor van essentieel belang.”

Stem van het slachtoffer

In aanloop naar de verkiezingen grijpen we dit moment aan om www.stemvanhetslachtoffer.nl te lanceren. Hierop kunnen onze donateurs én andere geïnteresseerden reageren op verschillende stellingen en toetsen hoe politieke partijen hier in staan. Een stukje bewustwording en tegelijkertijd een kans om je stem te laten horen. Wat vindt u van dit initiatief?

 “Ik vind dit een goed initiatief. Het helpt inzichtelijk te maken hoe partijen staan tegenover slachtofferbeleid. Wat misschien mede bepalend is voor de keuze in het stemhokje. Maar minstens zo belangrijk is de bewustwording. Een dergelijke campagne onderstreept het belang dat we oog moeten hebben voor slachtoffers. Bij veel slachtoffers overheerst schaamte en aarzeling om aangifte te doen. Slachtoffers hebben niet zelden het vertrouwen verloren in instanties, wanneer ze onvoldoende beschermd worden. Of ze krijgen te maken met privacy schending omdat hun verhaal belandt in de (social) media. Dit maakt slachtoffers een kwetsbare groep. Een groep die we als samenleving veel verschuldigd zijn. Ze hebben recht op onze extra hulp en ondersteuning.”

Eén van de stellingen is: ‘Slachtoffers hebben te veel rechten; de balans met de rechten van verdachten is zoek.’ Wat zou hierop uw reactie zijn?

“Oneens. We hebben juist veel gedaan om de rechten van het slachtoffer in het strafproces uit te breiden. Natuurlijk heeft een verdachte ook rechten, maar het één sluit het ander niet uit. Wel is het belangrijk dat we er op toe blijven zien dat slachtoffers weten wat hun rechten zijn en dat die vervolgens goed worden nageleefd.”

Een andere stelling is: ‘Als ik slachtoffer word, wil ik het liefst dat ze mijn zaak snel afhandelen. Ook als ik dan minder schade vergoed krijg. Beter dat dan jaren te moeten wachten op het hele bedrag.’ Wat vindt u van deze stelling?

“Dit verschilt denk ik sterk per individu. Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die zo snel mogelijk een vervelende periode uit hun leven willen afsluiten en niet het onderste uit de kan hoeven te halen. Maar voor iemand die bijvoorbeeld blijvend arbeidsongeschikt is geworden, is het van groot belang om het volledige bedrag te verhalen. Ik vind het belangrijk dat voor beide scenario’s het recht de ruimte biedt.”

Samenwerking

 Tijdens het 30-jarig jubileum van Fonds Slachtofferhulp in september 2019 gaf u aan hoe belangrijk het is dat organisaties, zoals Fonds Slachtofferhulp, aandacht geven aan dat wat niet met (overheids)regels terug te geven is: geborgenheid, sociale steun. Hier kunnen publieke en private organisaties elkaar aanvullen. Tegelijkertijd is Fonds Slachtofferhulp de organisatie die scherp is op het beleid. Hoe ziet u die rollen in de toekomst? En wat kan Fonds Slachtofferhulp doen om de nieuwe minister die over slachtofferbeleid gaat te helpen in een volgende kabinetsperiode?

“Houd ons scherp. Een constructief kritische houding is nodig. Fonds Slachtofferhulp is niet gebonden aan overheidskaders en vervult hiermee een belangrijke rol in het opkomen voor de belangen van slachtoffers. Een kritisch tegenwicht of aanvullende partner: het is beide van belang. Ik ben blij dat we met elkaar een kring vormen om slachtoffers voor steun. Politieke organisaties, slachtofferorganisaties en particulieren, de donateurs die organisaties zoals Fonds Slachtofferhulp steunen. Met elkaar houden we het gevoel bij slachtoffers en kunnen we blijven beseffen dat we concrete verschillen kunnen maken in levens. Puur door oog te houden waar slachtoffers mee worstelen.”

Wat is u het meeste bijgebleven van uw ambtsperiode?

“De gesprekken met slachtoffers. Die waren soms loodzwaar. Het is bijna niet voor te stellen wat sommige mensen moeten meemaken en dan toch de draad weer ergens oppikken. Aan het einde van zo een gesprek komt dan altijd het besef: hier doen we het voor.”