Nieuws

‘’Als je man vermist is val je overal tussen wal en schip.’’

23 januari 2019

Bron: Fonds Slachtofferhulp

Lees meer over: vermissingen

Het is het ultieme schrikbeeld: de man van wie je houdt, de vader van je kinderen, komt plotseling niet meer thuis. Het laatste wat je van hem terugziet, is zijn verlaten auto, met zijn mobiele telefoon in de houder en de sleutel nog in het contact. Alsof hij ieder moment terug kan keren. Alle scenario’s gaan door je hoofd, maar je blijft in cirkels redeneren. Ruim vierenhalf jaar later kan je de cirkel nog altijd niet rondmaken. Voor mensen van wie een geliefde vermist raakt, is dit de keiharde realiteit. Mensen die niet alleen emotioneel, maar ook financieel en praktisch in grote moeilijkheden terechtkomen. We spraken hierover met Iris*, wiens man ruim vierenhalf jaar geleden vermist raakte.

‘’Toen wist ik dat het niet klopte.’’

Iris en haar man waren 27 jaar samen. Ze kregen drie kinderen. Ze stonden vol in het leven en waren druk met hun werk, de sportclubs van de kinderen en hun sociale leven. Op die bewuste zaterdagochtend verliet de man van Iris om negen uur ‘s ochtends het huis om naar een werkbijeenkomst te gaan. Iris vernam tegen middernacht dat hij hier nooit was aangekomen. Iris vertelt over de dag dat haar man verdween.

‘’Ik wilde hem gedurende de middag nog bellen, maar ik heb het niet gedaan. Achteraf kan ik mezelf wel voor mijn kop slaan. Als ik hem gebeld had, had ik misschien eerder geweten dat er iets niet in de haak was. Toen ik uiteindelijk om half twaalf iemand uit zijn team te pakken kreeg, kreeg ik te horen dat hij daar de hele dag niet geweest was. Toen wist ik dat het niet klopte.’’

‘’Tot op de dag van vandaag zijn we geen steek verder.’’

Iris heeft de politie ingeschakeld, maar kreeg te horen dat ze de eerste 48 uur niets ondernemen wanneer een volwassene vermist raakt. Iris voelde dat er iets mis was en is uiteindelijk zelf opzoek gegaan naar haar man.

‘’Ik ben zelf de route gaan rijden die hij vermoedelijk heeft gereden. Mijn oudste zoon ging met mij mee en riep ineens: ‘’de auto staat daar!’’. Daar stond inderdaad de auto van mijn man. De auto was niet afgesloten, de sleutel nog in het contact, zijn telefoon nog in de houder. Wij hadden het gevoel dat hij net uitgestapt en dichtbij was. We hebben overal rondjes gerend en geroepen. Maar hij was er niet. Toen hebben we de politie gebeld en werd de locatie afgezet. Dat is tot waar we gekomen zijn. Tot op de dag van vandaag zijn we geen steek verder.’’

‘’We zijn in de regelmodus beland, maar het is nooit geregeld.’’

Vanaf het moment dat haar man vermist raakte, stond Iris er alleen voor met haar drie kinderen (3, 8 en 11). Ze loopt sindsdien tegen grote praktische en financiële problemen aan.

’Om recht te hebben op bepaalde subsidies of toeslagen moet je óf samen zijn óf alleenstaand. Als je een man hebt die vermist is, ben je niet samen en niet alleen, heb je nergens recht op en val je tussen wal en schip. Het is niet te regelen. Je zit aan alle kanten aan de verkeerde kant van de medaille. Het kost elke keer weer heel veel moeite om dingen geregeld te krijgen en sommige dingen zijn gewoon niet te regelen. Ik kreeg geen kinderopvangtoeslag. Ik had problemen met de hypotheek. De Belastingdienst vormt een groot probleem; die bleven blauwe brieven sturen. Wij deden altijd samen aangifte, dat kan niet meer, maar ik ben ook geen officieel eenoudergezin. Hoe vul je dan je belastingaangifte in? Alle stappen zijn moeilijk en als er in het beste geval iets geregeld kan worden, dan zijn het vage constructies. Officieel kun je namelijk niets regelen en als je pech hebt, tref je later in het proces iemand die niet weet hoe het zit en kan je weer opnieuw beginnen. Voor de bureaucratische systemen in Nederland bestaan er slechts twee opties: iemand is of dood of levend. Mijn realiteit is helaas anders.’’

‘’Je weet nooit of hij niet meer terugkomt. Hierdoor kan je niet verder.’’

Je kan het niet afsluiten. Je wilt weten wat er gebeurd is. Ik kan er geen streep onder zetten en doorgaan, zo werkt het niet. Emotioneel niet en praktisch niet. Ik stuit vaak op onbegrip. Verder gaat het leven natuurlijk  gewoon door;  rapportgesprekken, optredens, sportclubs. Die dingen houden me op de been. Daartegenover staat het nemen van alle administratieve hobbels en het tegelijkertijd overeind houden van mijn gezin. Dit houdt me weg van de echte verwerking.’’

‘’Ik zit in een enorme tweestrijd.’’

Tot wie moet ik me nu wenden, wie kan mij verder helpen? Ik weet niet bij wie ik terecht moet. Het enige wat ik nu, na bijna vijf jaar, kan doen, is het aanvragen van een verklaring van vermoedelijk overlijden. Maar dat voelt heel raar, want ik wil hem helemaal niet dood laten verklaren. Maar ik heb geen keus. Want financieel red ik het niet meer en in juridische zin bestaat onze situatie niet, mijn gezin en ik zitten in een soort kafka-esk Niemandsland. Het is nu bijna vijf jaar geleden, er is geen enkel teken van leven. Maar ik weet niet hoe ik dat moet vertellen aan onze kinderen. Misschien sla ik dan alle hoop weg.’’ 

‘’Mensen die aanbieden me een beetje te helpen, dat ervaar ik als steun.’’

‘’Mensen die aanbieden om zich even te ontfermen over de kinderen, dat ervaar ik als steun. Ik heb de afgelopen vierenhalf jaar heel weinig tijd voor mezelf gehad. Ik had een hele verantwoordelijke baan en had er heel veel lol in. Het is moeilijk om daar nu nog het belang van in te zien en er de energie voor te vinden. Onze hele wereld is op zijn kop gezet. En staat nog steeds op zijn kop. Ik had geen andere keuze dan door te gaan, en werk nog steeds, maar dat  is heel moeilijk geweest, en is het nog.”  

‘’De steun die ik van jullie heb gekregen, vanuit het Noodhulpfonds, was geweldig.’’

De kinderen hebben het er nog steeds over en ik had het gevoel dat ze even niet bezig waren met het feit dat hun vader er niet is. We gingen altijd kamperen en ook nu mijn man is vermist, proberen we dat te doen. Maar als enige volwassene is dat dan behoorlijk hard aanpoten. Dankzij het Noodhulpfonds konden we onbezorgd op vakantie. Voor deze vakantie hoefde ook ik even niets te regelen. Dat had ik eigenlijk zo hard nodig. Waar ik ook heel blij mee ben, is dat in de tussentijd ons huis geschilderd is. Het hout was namelijk helemaal weggerot. Dit ontlastte ons enorm. En natuurlijk het vinden van een fiscalist, waarbij jullie betrokken zijn geweest. Iemand die de problemen waar je als achterblijver tegenaan loopt begrijpt en hopelijk nog wat kan regelen wat mij niet gelukt is. Maar ook die loopt tegen muren aan, het is onbegrijpelijk hoe slecht dit geregeld is in Nederland.’’

‘’Als achterblijver van een vermist persoon val je qua erkenning, hulpverlening en steun tussen wal en schip.’’

Iris vertelt hoe de situatie voor achterblijvers van vermisten, op bepaalde punten, langzaam verbetert. Toch is er nog een lange weg te gaan.

‘’De situatie is verbeterd in de zin dat er nu contactpersonen zijn binnen organisaties. Slachtofferhulp Nederland heeft veel gedaan om dit te realiseren. Het moet tot in alle lagen van een organisatie doordrongen zijn hoe je met zulke situaties omgaat. Vermissingen blijven een heel ingewikkeld onderwerp. Op dit vlak is volgens mij niemand voldoende juridisch onderlegd. Er is heel weinig kennis en professionaliteit. Verder merk ik dat mensen niet weten hoe ze je moeten steunen. Omdat dit een hele onzekere situatie is. Mensen zoeken altijd naar zekerheid. Zo vroeg iemand me: ‘’kan je er niet gewoon een streep onder zetten?’’. Want dan is het duidelijk, dan is het ‘opgelost’. Maar dat is onmogelijk: hoe kan ik me neerleggen bij het feit dat de man waarmee ik 27 jaar samen ben geweest, lijkt opgelost, verdwenen in het niets? Aan de andere kant ziet het er niet naar uit dat we meer te weten krijgen. 

Hoe moeten we dan verder?

*Omwille van de privacy van Iris en haar gezin, is haar naam verzonnen. De zaken waar zij tegenaan loopt, zijn helaas realiteit.

Geef een reactie