Hoe gaat het nu met je?

Stephanie is 16 jaar en slachtoffer van online seksueel geweld. Ze heeft last van heftige herbelevingen en depressies. Toen we vader Nico en Stephanie eind 2019 spraken, wilden ze niets liever dan passende hulpverlening krijgen, maar alle deuren bleven dicht. Hoe is het nu met ze?

Het verhaal van Stephanie

De impact van online seksueel geweld is enorm, de hulpverlening gebrekkig. Daar kunnen Stephanie (16) en haar vader Nico alles over vertellen.  Stephanie is slachtoffer van shame sexting, waarbij ongewild intieme foto’s of filmpjes van iemand gedeeld worden. Een vorm van geweld die steeds vaker voorkomt en een enorme impact heeft op de slachtoffers. Ze leven in de voortdurende angst waar en wanneer de beelden weer zullen opduiken. Angst die zich een weg vreet in hun dagelijkse functioneren. Dit ervaart ook Stephanie. Ze is, zoals ze zelf zegt, continu alert. “Ik durf niet in mijn eentje op mijn kamer te zijn, ik durf niet alleen naar buiten. Ik durf eigenlijk gewoon helemaal niks.”

Stephanie was 12 jaar toen vier jongens haar dreigden met de dood als ze geen naaktfoto’s naar ze zou sturen. Aan haar ouders vertellen durfde ze niet. Haar mentor gaf geen thuis. Op dat moment zag Stephanie geen andere uitweg dan de jongens geven waarom vroegen.  Inmiddels is ze 16 jaar en ziet ze soms geen uitweg meer. De ervaringen van het online seksueel geweld is er altijd. Een paar keer zat Stephanie zo diep, dat ze een einde aan haar leven heeft proberen te maken. “Ik heb mezelf voor een motor gegooid en mezelf gesneden. Alles om het gevoel maar te stoppen.”

Geen passende hulpverlening

Het verhaal van Stephanie staat niet op zichzelf. Online seksueel geweld, waaronder shame sexting, lijkt alleen maar toe te nemen, terwijl er nog geen passende hulpverlening is. Een groot probleem voor de slachtoffers is de onuitwisbaarheid van de beelden. Het kan altijd weer terugkomen waar en wanneer je het niet verwacht.  Ze hebben het gevoel dat ze volledig controle verliezen. Hiervoor is echt een specifieke behandeling nodig.

Nico, de vader van Stephanie, wil niets liever dan hulp voor zijn dochter zoeken, maar loopt tegen het gebrek aan passende hulpverlening aan. “De deuren zijn dicht. Of we moeten wachten. Maar we kunnen niet wachten. Je wilt alles zo snel mogelijk geregeld hebben, de hulp op de rit krijgen. Waar we het meeste baat bij zouden hebben? Dat er naar haar geluisterd wordt. Dat wordt niet gedaan. Je wordt aan je lot overgelaten.”

Terug naar huis

Bijkomend probleem is dat Stephanie na langdurig verblijf in een jeugdzorginstelling weer terug naar huis komt. Ze leed zo erg onder de wisseling van hulpverleners en de onduidelijke afspraken, dat ze thuis beter af is. Nico: “En dan sta je met je rug tegen de muur. Je bent blij dat je kind thuis is, maar je weet dat je hulp nodig hebt. En veel hulp ook. Stephanie heeft continue begeleiding nodig. Herbeleving en automutilatie liggen non-stop op de loer. Daar ben je als ouder niet voor opgeleid. En hoe combineer je zo een zware zorg met je werk en de aandacht voor je andere kinderen? Het regelen van de juiste hulp is onze grootste zoektocht en heeft ons veel tijd, geld en energie gekost.”

Complexe multiproblematiek

Gelukkig kon het gezin rekenen op hulp uit onverwachte hoek. Peer van der Helm, psycholoog en lector residentiële jeugdzorg aan de Hogeschool Leiden, onderhoudt intensief contact met jongeren met zogenoemde complexe multiproblematiek, zoals Stephanie. Vaak zijn het jonge slachtoffers van seksueel geweld die hierdoor geestelijk ernstig in de problemen raken.  In een eerder artikel in dagblad Trouw vertelt Van der Helm: “De Jeugdwet is niet berekend op complexe multiproblematiek. Je hebt namelijk continu een-op-eenbegeleiding nodig. Als een meisje zich meerdere keren per dag wil ophangen, moet je zelfs opletten als ze onder de douche staat.”

Van der Helm vindt het onacceptabel dat jongeren met complexe en ernstige problemen soms maanden moeten wachten. “Bovendien ontbreekt het bij veel jeugdzorg­instellingen aan kennis.”

Behandelmethode online seksueel geweld

En dat ontbreken aan kennis bij hulpverleners en instellingen is waar Fonds Slachtofferhulp iets aan wil doen. In samenwerking met Rik Knipschild, psycholoog en gespecialiseerd in traumaverwerking, ontwikkelen we een passende behandelmethode voor slachtoffers van online seksueel geweld. [nieuwe link] Rik: “De beelden zijn nagenoeg onuitwisbaar. Dat maakt het zo moeilijk voor slachtoffers. Via allerlei social mediakanalen kunnen de foto’s of video’s ineens weer opduiken. De behandelmethode richt zich op jongeren van 12 tot 21 jaar die online seksueel geweld hebben meegemaakt en hierdoor vastlopen. In het behandelplan doorlopen we een aantal stappen. We kijken eerst naar de praktische zaken, zoals de mogelijkheden om beeldmateriaal te wissen en juridische mogelijkheden. Daarna gaan we aan de slag met hoe je om kunt gaan met nare herinneringen en alle angst en paniek die hiermee gepaard gaat.”

De aanbevelingen voor het behandelplan zijn ontstaan tijdens het onderzoeksproject, aan de hand van interviews met jeugdhulpverleners, politie en recherche, beleidsmakers, leerkrachten, jongeren die zelf slachtoffer zijn van online seksueel geweld en andere betrokken experts. Rik: “We hebben alles in een stappenplan gezet, zodat jeugdhulpverleners straks weten wat ze van a tot z kunnen doen.”

Geef niet op

Peer van der Helm ontfermt zich over Stephanie en haar familie. Samen met vader Nico weet hij deuren te openen die anders dicht zouden blijven voor het meisje. Ze krijgt nu 40 uur in de week ambulante zorg, ze krijgt therapie en ze heeft hulphond Angel, die opgeleid wordt om op tijd een herbeleving bij Stephanie te herkennen. Met afleiding kan haar omgeving vervolgens de situatie ombuigen. Nico: “Heel voorzichtig durven we te zeggen dat het nu iets beter gaat met Stephanie.  De herbelevingen zijn er nog steeds, we moeten echt alert blijven. En de bijna fulltime hulp blijft broodnodig. Maar ze spreekt weer af met vriendinnen en doet steeds meer dingen die meiden van haar leeftijd doen. Maar het is een dun lijntje. Aan andere ouders in dezelfde situatie zou ik willen zeggen: blijf in je eigen capaciteit als ouder geloven, sta pal achter je kind en dichte deuren zijn er om geopend te worden.”